Adventure | Science Fiction | Ghost stories | Poetry | Children | History Een Kerstlied in ProzaOpen Original Text The Project Gutenberg eBook of Een Kerstlied in Proza
This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States,
you will have to check the laws of the country where you are located
before using this eBook.
Title: Een Kerstlied in Proza
Author: Charles Dickens
Translator: J. Kuylman
Release date: April 11, 2009 [eBook #28560]
Language: Dutch
Other information and formats: www.gutenberg.org/ebooks/28560
Credits: Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
http://www.pgdp.net/
*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KERSTLIED IN PROZA ***
Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
http://www.pgdp.net/
Wereld Bibliotheek
Onder leiding van L. Simons
Charles Dickens
Een Kerstlied in Proza
Vertaald door J. Kuylman
Met inleiding door L. S.
Uitgegeven voor De Mij. voor Goede en Goedkoope Lectuur door
G. Schreuders Amsterdam
De vertaler wenscht openlijk te erkennen, dat hij hier en daar een
dankbaar gebruik heeft gemaakt van de aanteekeningen van den heer
Ten Bruggencate in diens bekende uitgaaf van het origineel.
J. K.
IETS OVER CHARLES DICKENS
(1812-1870).
Er is geen werk en er zijn geen schrijvers, waarover het zoo moeilijk
valt in later leven te oordeelen als die, waarmee men geleefd heeft
in zijn jonge jaren, waarvan men genoten heeft toen lezen nog een
wonderbaarlijk opgaan was in vreemde werelden van volkomen echtheid,
zonder andere toets dan "boeiend" of "vervelend".--Dickens is er
zoo éen voor mij geweest. En ik zou niet graag geroepen worden een
oordeel te schrijven over Pickwick, Barnaby Rudge, Olivier Twist en
de Kerstvertellingen, want ik kom er niet los genoeg van mijn jonge
ervaringen.
Doch oordeelen over deze Kerstvertelling moet de lezer maar zelf. Een
kort woord is alleen noodig over den schrijver.
Toen hij deze Kerstvertelling schreef was hij dertig jaar en al een der
populairste vertellers van zijn tijd door zijn Samuel Pickwick. Hij had
achter den rug een nogal moeilijk leven van den kleinen burgerjongen,
die van buiten naar Londen was gekomen om er zijn weg te zoeken. Zijn
eerste rustpunt dáár was een advocaten-kantoor; zijn tweede was het
verslaggeversambt van terechtzittingen. Zoo leerde hij veel kennen
van den ondergrond van het groote stadsleven; van de praktijken der
rechtsgeleerden; de kronkelpaden van het gerecht; de hardheid van het
armelijke leven in de groote stad. En hij oefende zich in schrijven;
werd novellistisch reporter; schetsenmaker; later: romancier, die in
wekelijksche afleveringen lange verhalen pende vol avontuur, realisme,
humor, satire, pathos en zedeles,--alles door elkander.
Door zijn eigen tijdgenooten is Dickens nogal eens geschuwd om
zijn realisme; en tegelijkertijd is hem de kritiek niet gespaard
om zijn tot in de karikatuur-vervallende òver-typeering en zijn
effectbejag. Wat tegenstrijdig klinkt, doch het in zijn geval niet
is. Want zijn realisme was zuiver zedekundig-maatschappelijk en
humanitair, stond geheel onder den invloed van zijn behoefte tot
aanwijzen van misbruiken en opwekken tot verbeteren. Niet om de koel-
en verstandelijk waargenomen werkelijkheid weer te geven, was het
hem te doen. Maar om zijn lezers te doordringen van de vele ellende,
die om hen heen groeide, en waar zij onverschillig voorbijgingen;
en ze de misbruiken te doen kennen, die om verbetering riepen. Zelf
zoo sterk gevoelsmensch, dat hij onder het neerschrijven zijner eigen
verbeeldingen soms half ziek werd, liet hij zich al schrijvend door
dat gevoel beheerschen tot overdrijvingen en sentimentaliteiten,
welke in dien éersten tijd der 19e eeuw nog uit de 18e eeuw in
heel de romantische letterkunde voortleefden. En zijn humor was
onder den invloed van de echt Engelsche clowneries en de gezochte
aardigheden, die nog tot vandaag den dag het tooneel er beheerschen,
in éen rechte lijn van Shakespeare tot Bernard Shaw. Het is de humor
van een volk van lijn-kunst, dat gauw overslaat tot de charge en
de caricatuur der overdreven vormen en òver-typeering. En Dickens,
geboren acteur en voordrager, is wel in alle opzichten de sterke
openbaring van al zijn volks-eigenaardigheden gebleken. Maar hij
bezat daarnaast de onontbeerlijke eigenschappen om zijn fouten te
doen vergeten in de sterke wegsleependheid van zijn aard; de kracht
van zijn verbeelding; de fleur van zijn grappigheid; de uitbundigheid
van zijn vinders-vernuft, en de meegevoeligheid van zijn hart.
Tijdens de jaren van zijn leven (1812-1870) heeft Engeland een
geleidelijke evolutie doorgemaakt, waarin versteend industrialisme
en verrotte politiekerij door de zelf-ontwaking van de onderdrukten
en het edelmoedig verzet van idealisten uit de andere klassen,
werden omgewerkt tot bescherming van de arbeiders en zuiverder
democratie. Tot die edelmoedige idealisten heeft ook Dickens behoord
en zijn strijd tegen misbruiken in de rechtspraak, misbruik in de
kostscholen, tyrannie van den gehuwden man, kinderverwaarloozing,
heeft de hervormingsbeweging niet weinig geholpen. Hij had een macht
over duizenden van lezers, in wier gemoed hij soms wel wat òverforsch
kwam roeren, maar die zóo in hem en zijn scheppingen geloofden,
dat zij, naarmate zijn werk in wekelijksche afleveringen vorderde,
hem overstelpten met smeekbrieven om een kleine heldin toch niet te
laten sterven; of dìè toch met dìèn te laten trouwen--.
Aan een populariteit als deze zit altijd gevaar. Men wordt geen
schrijver voor de menigte, als men niet in sterke mate eigenaardigheden
heeft die tot velen spreken en velen gemeenzaam zijn, en wat vele
menschen met elkaar gemeen hebben, kan alleen het àlgemeene zijn. Het
fijnere, bizondere, in zich zelf verlorene is uit den aard der zaak
maar voor weinigen. Doch dit algemeene behoeft niet noodzakelijk
het grove, alledaagsche, oppervlakkige, sentimenteele te wezen. Er
zijn kunstenaars door wie de sterke en groote levensstroom beweegt;
menschen met breed gebaar, gansche levensruimten vullend, en die
aldus op dien breeden, gullen en warmen levensstroom velen met zich
nemen. Victor Hugo is zulk een mensch geweest, Peter Benoit was er
een. Ook Björnson en Zola. En Dickens, hoewel zijn gebaar niet zóo
breed, en zijn verbeeldingsleven niet zoo gul-echt was, behoorde
toch wel tot hen, die hun populariteit dankten aan het sterke dat
in hen was, en niet aan hun levensvervalschingen en niets-ontziende
doordravende oppervlakkigheden, als nu Marie Corelli haar voorbijgaande
populariteit bezorgen.--
Zijn Kerstvertelling, in 1842 geschreven, is een heel karakteristiek
staal van zijn eigenaardige kunst. Er is de echt-Engelsche,
op het ijzingwekkende gerichte, verbeelding; de bizarre humor;
de sterke gevoeligheid en de humanitaire strekking in, die de v Next |